Pagina's in het Nederlands

Biografie

Pianist en componist Michiel Scheen (1963, Amsterdam) werkt sinds 2012 samen met Raoul van der Weide (bas, kraakdoos, geluidsobjecten) en George Hadow (drums) in het Blue Lines Trio, dat door Van der Weide werd geformeerd.
In 2016 werkt het trio als Blue Lines Sextet samen met Ada Rave (tenorsaxophone), Bart Maris (trumpets) en Wolter Wierbos (trombone).

Daarnaast speelt Scheen regelmatig in duo-formatie met saxofonist en klarinettist Tobias Delius en met het Jan Nijdam Kwartet.



Na een retraite van een aantal jaren formeerde Scheen in 2004 een kwartet met Ab Baars, Han Bennink en Ernst Glerum. Zij brachten de CD "Dance, my dear?" uit, die zeer lovend werd ontvangen.
In de jaren 1986 tot 1999 werkte Michiel Scheen samen met vele musici, in ad-hoc formaties onder andere met Ab Baars, Conrad Bauer, Johannes Bauer, Han Bennink, Jaap Blonk, Anthony Braxton, Tobias Delius, Cor Fuhler, Hans Hasebos, Gerry Hemingway, Wiek Hijmans, Guus Janssen, George Lewis, Misha Mengelberg, Roscoe Mitchell, Butch Morris, Jacques Palinckx, Evan Parker, Hans Reichl, Vladimir Tolkachev, Tang Xu en John Zorn.
Daarnaast was hij werkzaam in het internationale ensemble Ohrkiste van Radu Malfatti (o.a. met Evan Parker), het Paul Termos Tentet en Dubbel Express, het electro-akoestische trio YPON (met Michael Barker en Wiek Hijmans), Structures o.l.v. Peter van Bergen, Cardueles Cardueles (o.l.v. Cor Fuhler), het Dickinson Projekt van Ig Henneman, Kenvermogen (met o.a. Wiek Hijmans en Hans Hasebos), het Maarten Altena Ensemble (samenwerking met o.a. Remco Campert, Mark Terstroet, Anthony Braxton, Roscoe Mitchell, Lawrence Butch Morris, John Zorn en theaterwerkplaats Discordia; tournees Europa, USA, Canada en USSR), de muziektheater-voorstelling Elektra en Orestes van Erik-Ward Geerlings en Arthur Sauer door toneelgroep FACT Rotterdam, Seafood (o.l.v. Alan Laurillard) en het Object Theatre Orchestra (een duo met Augusto Forti).

Michiel Scheen realiseerde in opdracht van de NOS-radio en de Jazzmarathon Groningen 1991 het project Rijs, met o.a. Jaap Blonk, Tristan Honsinger en Paul Koek. Hij leidde het Michiel Scheen Sextet en Kwartet. Voor zijn compositorisch werk ontving Scheen sinds 1990 compositie-opdrachten en jaarlijkse stipendia van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. In de jaren 1996-1998 leidde hij zijn groep TRIKLINION met bassist Frank van Berkel en slagwerker Hans van der Meer. Nu is hij werkzaam als solist, componist en pianist in diverse projecten.

Hij was in de periode 1994-1996 algemeen bestuurslid en de periode 1996-1998 voorzitter van de Beroepsvereniging van Improviserende Musici (BIM). In deze functie schreef hij de beleidsnotitie 'Een moment voor de BIM' (1995), onderhield contacten met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, diverse landelijke subsidie-instellingen en andere beroepsorganisaties. Hij was commissaris van Stichting de Centrale, een dienstverlenende instelling voor ambulante musici.
In 2007 stond hij aan de basis van "Het Jazzmanifest", een manifest van de BIM en de Nederlandse Toonkunstenaars Bond (NTB). Hierin werden voorstellen gedaan om de situatie in de (gesubsidieerde) jazzsector in Nederland te verbeteren.


Blue Lines Trio

George Hadow - drums
Michiel Scheen - piano, composities
Raoul van der Weide - contrabas, cello, crackle box, composities

Het Blue Lines Trio werd in 2012 geformeerd door Raoul van der Weide en brengt drie generaties van improvisatoren bijeen. In een onnavolgbare mix van stuiterende swing, verkennende impro, nomadische akkoorden en oprechte lyriek blijft het trio onverminderd op zoek naar nieuwe mogelijkheden van samenspel. Het is geen traditioneel pianotrio, maar een trio.In deze verwarrende tijden zijn ook Michiel, Raoul en George onderhevig aan onbekende muzikale processen, echter: met tomeloze inzet stort de groep zich in situaties waarbij richting en houvast niet persé als vaste waarden en normen fungeren maar wel altijd in herinnering blijven. Balancerend op de kliffen van het muzikale bestaan hanteert trio Blue Lines eerder andere kernbegrippen zoals trillende dansritmes, vlijm gescherpte brokken doorklievende harmonie, spaghettiborden, ingezogen melodieën, urban sounds, strelend verlangen, geheime transfusies, flexibele beleidsnotities en interim-partituren.

September 2014: de eerste CD van het Blue Lines Trio !


















1  
2  
3  
4  
5  
6  
7  
8  
9  
10
11
12
          

Solid                     
Improvisation 538  
Kop op             
Improvisation 536  
Dark Goeree           
Idols                     
Improvisation 538  
Not yet        
Ingredients 539
Stumble               
Improvisation 537
Sigh                            
Totale tijd   
4:34
3:09
3:54
3:38
6:42
3:26
4:50
5:50
3:45
5:46
2:32
2:39

50:45

















Nummers 1, 6, 10 en 12 gecomponeerd door Michiel Scheen, nummers 3 en 5 door Paul Termos, nummer 8 door Raoul van der Weide. Opname, mixage en mastering door Arnold de Boer; productie door Arnold de Boer en Blue Lines trio. Opgenomen op 5 maart 2014 in het Bimhuis, Amsterdam. Collage voorzijde door Raoul van der Weide, hoesontwerp door Hidde Dijkstra. Foto © Wouter Scheen. Composities van Raoul van der Weide en Paul Termos © BUMA/STEMRA. Distributie: Toondist

Casco Records 002

De muziek op de CD is een selectie uit het ruime repertoire van het trio, dat vol zit met muzikale speurzin, neo-lyriek, fonische fantasieën, dribbel-swing swing, recht-toe-recht-aan poëzie,geluidsexploraties en onder andere een aangename warme ballad.

Stuur Michiel een email om te bestellen.

Reacties op eerder werk van de groepsleden:
- George Hadow: ‘A f***ing good drummer!’ (Han Bennink, 2012)
- Michiel Scheen: 'Odd twists and sharp angles, post-Monk, post-Mengelberg even’ (Frances Davis, The Village Voice, 2004).
- Raoul van der Weide: ‘Klankmagier Raoul van der Weide.’ (Tim Sprangers, Gonzocircus, 2012)

Concerten:
Vrijdag 10 Oktober 2014 - Blue Lines Trio- Mirliton Theater, Utrecht - 21:00u
Zaterdag 11 Oktober 2014 - Blue Lines Trio- Plusetage, Baarle Nassau - 21:00u
Woensdag 19 November 2014 - Blue Lines Trio- Splendor, Amsterdam - 21:00u.

Fragmenten van onze eerste CD:











Duo Tobias Delius / Michiel Scheen

Tobias Delius zoekt avontuur, verrassing en spanning; dat zijn de bronnen waaraan zijn creatieve geest zich laaft en die zijn luisteraars telkens weer weten te fascineren. Zijn saxofoonspel klinkt zelfverzekerd en overtuigend. Wat er ook gespeeld wordt: Tobias behoudt altijd zijn eigen identiteit en muzikale persoonlijkheid. Ook dat maakt hem tot een unieke instrumentalist met een onontkoombare, prachtige toon, waarvan je wel mòet houden. In Michiel Scheen heeft hij een uitstekende evenknie. Deze eigenzinnige pianist is dan ook een vat vol ideeën. Zo kan hij je zomaar verrassen met een kort solostukje in de hoogste regionen van het toetsenbord. Zijn spel is gedegen en geworteld in een solide basis. Hij speelt met veel dynamiek en een uiterst verzorgde techniek. Tayloriaans vuurwerk wisselt hij net zo gemakkelijk af met spaarzame pianoschetsen à la Ellington. Gezamenlijk zoeken deze muzikanten nieuwe wegen, horizonten en expressie mogelijkheden, die ze voor de luisteraars boeiend weten te verklanken. Het programma biedt een interessant palet aan kleuren: van eigen composities - pittig, elegant, melancholiek,vrolijk - tot Ellington en Fats Waller.


Jan Nijdam Kwartet



'Kom, we gaan een tochtje maken,’ zegt de ander.
‘Ja kom, we gaan een tochtje maken,’ zegt de een na de ander.
‘Ik ga mijn koffertje pakken, maak maar vast zonder mij,’ zegt een derde.
‘Waar gaat het tochtje langs,’ vraagt de volmakende.
‘Langs het einde,’ antwoordt de ander.
‘En terug?’ vraagt de volmakende.
‘Wie weet waar de turfboer is gebleven?’ antwoordt de een na de ander.
‘Nu,’ laat de volmakende niet op zich zitten, ‘ik zie met de beste wil van de wereld werkelijk niet in waarom ik een tochtje langs het einde zou moeten afblazen.’
Daar holt een derde ook al aan en hijgt: ‘Hèhè, even bijkomen,’ nog wat na en geeft toe: ‘Ik kon mijn sleutel niet vinden.’
‘Luister,’ zegt de ander.
‘Alles is open,’ zegt de een na de ander.
‘O,’ is alles wat een derde niettemin aandachtig rondbazuint.
Even is het volmaakt stil.
En dan klinkt het, eindelijk eensgestemd, in kwartet: ‘Kom, we gaan een tochtje maken.’

Jan Nijdam – contrabas
Tobias Delius – tenorsaxofoon en klarinet
Michiel Scheen – piano
Alan Purves – slagwerk




Boucalé!

Michiel Scheen - piano, arrangementen
Michael Vatcher - slagwerk
Raoul van der Weide - contrabas, klankobjecten, crackle box
Wolter Wierbos - trombone

Componist, altsaxofonist en improvisator Paul Termos (1952 -2003) schreef aanstekelijke, vitale en ogenschijnlijk bedrieglijk eenvoudige improvisatie stukken. Stukken die vaak opzettelijk aansturen op 'gecomponeerde misverstanden' en alle ruimte bieden aan eigenzinnige improvisaties. Met het verdwijnen van de componist echter dreigt ook zijn prikkelende repertoire ten onrechte te verdwijnen.
Boucalé! wil dit repertoire - op basis van bijvoorbeeld classics als Bokkenrijders dans, Pok, The Invisible Man en For Sandy Nelson - actualiseren en nieuwe impulsen geven.
Ook zullen drie nog niet eerder uitgevoerde compositie schetsen uit de muzikale nalatenschap van Paul Termos op het programma staan: Kop op!, After Travelling en Very Good Weather Today. Deze gecomponeerde aanzetten zijn door Michiel Scheen voor Boucalé! gearrangeerd.
Boucalé! bestaat uit 4 musici die nauw en jarenlang in verschillende combinaties met Paul Termos hebben samengewerkt. Sinds de oprichting van het 'PUNT-UIT orkest' van trombonist Bert Koppelaar (1978-79) en daarna via het instant composing 'Paul Termos Trio' (1979-1985), 'Guus Janssen Septet/Orkest', 'Maarten Altena Ensemble' en -kwartet en Paul Termos' eigen 'Tentet' en 'Dubbel Express Ensemble.
Boucalé! vormt een creatief eerbewijs aan een open en bevlogen lyricus wiens uitgesproken muziek zich ontwikkelde vanuit de creatieve spanning tussen lichtvoetig alledaags muzikaal optimisme en de diepgang van voelbare maar onuitgesproken onderhuidse weemoed.

Michiel Scheen
Raoul van der Weide
Wolter Wierbos
Paul Termos


Michiel Scheen Quartet

Ab Baars - saxofoons, klarinet
Han Bennink - drums
Ernst Glerum - contrabas
Michiel Scheen - piano, composities

2004: Dance, my Dear?
Voor zijn nieuwe kwartet nodigde pianist Michiel Scheen drie prominente Nederlandse musici uit:
Ab Baars (saxofoon en klarinet), Ernst Glerum (contrabas) en Han Bennink (drums).
Na een aantal jaren van muzikale inactiviteit keert Scheen terug met deze groep.

"Voor deze groep heb ik stukken gemaakt waarin de speler veel bewegingsruimte heeft. En het is prachtig te zien, hoe zulke fantastische musici als Ab, Ernst en Han zich die vrijheid toe-eigenen. Melodische frasen worden fijnzinnig gefileerd en aan flarden de ruimte in gekatapulteerd, brokken harmonie vliegen erachteraan. Ook hun spel met het tempo is werkelijke wonderbaarlijk; de swing zit niet zozeer in de beat, maar in een vrije frasering van de puls. Soms spelen we vier tempi tegelijkertijd: een soort polyfone, multi-subjectieve swing. Als je erop zou dansen, zouden alle bewegingen zijn toegestaan; ieder zijn/haar eigen stijl. Een onontkoombare, steeds terugkerende inspiratie is het krachtige en bezeten werk van Thelonious Monk. Vooral op harmonisch gebied ben ik duidelijk door hem beïnvloed. Maar er schuilen denk ik nog veel meer mogelijkheden in zijn hoekige, dreunende en vlijmscherp blinkende lyriek. Voor mij is hij een woeste beeldhouwer met klank, een geniaal muzikaal architect met een melancholieke, vrolijke, absurde en hoopvolle visie. Met Monk is de wereld een beetje beter... En ik prijs mij zeer gelukkig met musici die nog immer zo'n enorme creatieve bijdrage aan de hedendaagse geïmproviseerde muziek leveren; mede door hen blijft de muziek zich op structureel en associatief gebied ontwikkelen."

Ab Baars - tenorsax, klarinet (1955, Axel) vormde met Harry de Wit, Wolter Wierbos en Mariëtte Rouppe van der Voort het kwartet Cumulus. Werkte samen met Guus Janssen, Theo Loevendie, Willem van Manen, Steve Lacy, Maarten Altena, Roscoe Mitchell, Misha Mengelberg, John Carter, Anthony Braxton, Cor Fuhler, Gerry Hemmingway, Cecil Taylor, de EX, Sunny Murray, George Lewis en Ig Henneman. Werkt nu regelmatig met Mengelbergs ICP Orchestra en onlangs vierde zijn trio met Wilbert de Joode en Martin van Duijnhoven hun 12-jarig bestaan.

Ernst Glerum - contrabas (1955) is tegenwoordig vooral actief met het Amsterdam String Trio, Available Jelly, het ICP Orchestra, de ensembles van Guus Janssen en het collectief opgezette trio met Michiel Borstlap en Han Bennink.

Han Bennink - drums (1942, Zaandam) is naast beeldend kunstenaar een internationaal gerenommeerd solist en veelgevraagd slagwerker. Werkte met Sonny Rollins, Dexter Gordon, Eric Dolphy en had/heeft een belangrijke invloed op de ontwikkeling van de Nederlandse en Europese geïmproviseerde muziek. Werkt al jaren-lang met Misha Mengelberg, als duo, maar ook in het ICP Orchestra. Hij werkte verder o.a. met Peter Brötzmann, Steve Beresford, Eugene Chadbourne, Fred van Hove, Derek Bailey, Ernst Reijseger, Michael Moore, Willem Breuker, Marion Brown, Don Cherry, Alex von Schlippenbach, Lee Konitz, Steve Lacy, Albert Mangelsdorff, Cor Fuhler, Tobias Delius, Dudu Pukwana, Keshavan Maslak, Toshinori Kondo, Leo Cuypers, Roswell Rudd, Harry Miller, Conrad Bauer, George Lewis, Teo Joling, Sean Bergin, Peter Kowald, Cecil Taylor, de EX, Fred Frith, 'Butch' Morris, Anthony Braxton, Ray Anderson, Myra Melford, Dave Douglas, Eric Boeren, Evan Parker en wie niet, eigenlijk.

Maart 2004 is de eerste cd van het Michiel Scheen Kwartet verschenen: Dance, my dear? (Datarecors 042), met daarop de muziek die het kwartet zal spelen op haar komende tournee, zie daarvoor de agenda.


De pers geciteerd


Over de CD "Blue Lines Trio"

"Dit trio is het nieuwe vehikel voor het post-Monkiaanse improviseerwerk van pianist Michiel Scheen. Contrabassist is de spaarzaam articulerende Raoul van der Weide, drummer de jonge George Hadow. De jonge Engelsman is een goed doserende en vooral origineel fraserende slagwerker die ongetwijfeld een grote toekomst tegemoet gaat. Scheen heeft zeven, qua vorm spannende composities bijeen gebracht, van hemzelf, van Paul Termos, en van Van der Weide. Het zijn vooral heldere, vaak ietwat kale stukken waarin Scheen grote contrasten kan inbouwen, soms vloeiend, dan weer met horten en stoten. De vijf spontane improvisaties zijn ook effectief omdat de musici elkaar aanvullen en zich in kunnen houden tot een eenduidige, gezamenlijke richting gevonden wordt, zonder dat de spanning oplost. Het live in het Bimhuis opgenomen album is een fraaie verzameling van stukken waarvan er geen voorspelbaar eindigt."
(Jazzism, december 2014, door Ken Vos)


"En plots komt vanuit Amsterdam dit kleinood aangewaaid. Drie generaties improvisatoren met een handvol sprankelende composities en tintelende vrije improvisaties, geworteld in de Nederlandse traditie, maar met meer dan voldoende pit en inventiviteit om te kunnen spreken van een eigen stijl en een pracht van een debuutplaat.

Het Blue Lines Trio verenigt pianist Michiel Scheen met bassist en grafisch artiest Raoul van der Weide, beiden muzikanten met een uitgebreide voorgeschiedenis, en met de jonge Britse drummer George Hadow, die sinds 2012 in de Nederlandse hoofdstad actief is en intussen met zowat iedereen die dat zag zitten heeft gespeeld, van Terrie Ex en Andy Moor tot John Dikeman, Yedo Gibson en vele anderen. Van der Weide speelde niet zo heel lang geleden ook nog met die Dikeman, maar is sowieso een muzikant die in de meest uiteenlopende contexten opduikt en zelf ook een handje toesteekt bij de organisatie van concerten in zijn stad.

Scheen is in België niet echt bekend (of hebben we iets gemist?), maar bleef vreemd genoeg ook in Nederland onder de radar. En dat terwijl hij toch al heel wat ervaring heeft aan de zijde van onder meer Maarten Altena, Ab Baars, Ig Henneman en Tobias Delius, met wie hij een duo vormt. Op deze eerste cd, vakkundig opgenomen in het Bimhuis door Arnold de Boer, verenigt de band verschillende insteken en invloeden in een eclectische melange zodat er zowel in aanstekelijke jazz als in stekelige improvisatie wordt rondgedobberd. De grote variatie en de doorgaans compacte stukken zorgen voor een zeer verteerbare en geanimeerde plaat die nergens onder zijn gewicht bezwijkt en steeds een air van speelsheid blijft uitademen.

Scheen neemt zelf een derde van de stukken voor zijn rekening en tekent meteen voor een behoorlijk sterke rij composities. Zo gaat opener “Solid” uitbundig en bijna feestelijk van start met een combinatie van blues en Mengelberg op een bedje van lekker kletterende drums. Wat later lijkt het alsof de geesten van Monk en Jaki Byard door het stuk waren, met beknopte versnellingen, stuiterende ritmes en een aanstekelijke, lillende dynamiek. Het nerveus botsende “Idols”, met zingend baswerk van van der Weide, is een compact stukje energie binnen een knap uitgewerkte driehoeksverhouding.

Ook de resterende composities vormen een mooie tegenstelling: “Stumble” is ondanks de titel best een statig stuk, op een rollende en ronkende ritmesectie, terwijl de ultrakorte ballade “Sigh” vooruitgeborsteld wordt door Hadow en ironievrij blijft. De stukken worden mooi aangevuld door twee composities van de Nederlandse saxofonist Paul Termos. “Kop Op” heeft aanvankelijk iets van Monks “Well You Needn’t”, maar verkent zijn eigen kleurrijke oorden vol getrippel en gestamp, terwijl “Dark Goeree” teert op een lome soulgroove van een haast kinderlijke eenvoud. Maar het werkt, temeer omdat Scheen binnen dat relatief beperkte kader wel mooie dingen uithaalt.

Van der Weides “Not Yet” vertrekt vanuit repetitieve oorden, om vervolgens een minimalistisch verkeer uit te tekenen met eenzame pianoakkoorden en resonerend metaal. Meer klankgericht dus en verwant aan de vijf trio-improvisaties die een vergelijkbare weelde laten horen, de ene keer met een neurotisch prikkelspel (“Improvisation 538”), dan weer dichter tegen jazz aanleunend (“539”) of met een rechtstreekse duik in de klankenwereld van van der Weides objecten en kraakdoosje (“536” en “541”). Die voortdurende heen-en-weerbeweging tussen houvast en gebrek daaraan creëert een bijzonder geslaagd, plagerig effect, wat op zijn beurt dan weer leidt tot een album dat al even geinig en bedachtzaam in elkaar past als van der Weides collage die de hoes siert. Kortom: een pareltje om te ontdekken."
(www.enola.be - Guy Peters) 



"Soms kunnen nieuwe CD-producties met Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek kunnen je bijzonder verrassen. Het Amsterdamse Blue Lines Trio is een samenwerkingsverband tussen drie generaties musici en lijkt een goed ingespeelde groep te zijn. Michiel Scheen speelde een aantal jaren bij het Maarten Altena Ensemble en werkt naast dit trio regelmatig met saxofonist en klarinettist Tobias Delius en in het Jan Nijdam Kwartet. Raoul van der Weide heeft veel samengewerkt met Guus Jansen en werkt nu met John Dikeman en Klaus Kügel, daarnaast speelt hij veel improvisatiesessies met de jongste generaties musici die Nederland bezoeken of er wonen. George Hadow is een jonge Britse drummer die speelt met het Galm Quartet en in korte tijd geheel ondergedompeld is in de Amsterdamse improvisatie-scene.

De debuut-CD van dit trio is opmerkelijk. Er staan composities op, muzikale thema’s die fungeren als een opstap voor improvisaties en er staan geheel geïmproviseerde stukken op. Wat over het geheel gezegd kan worden is dat de musici zeer goed naar elkaar luisteren en elkaar de ruimte geven.

Veel vrij geïmproviseerde muziek klinkt zo vol dat de luisteraar zijn focus kan verliezen, maar op deze CD zijn de improvisaties glashelder. De musici nemen blijkbaar spontaan een muzikale bouwsteen bij de hand en werken dat zorgvuldig uit. Dat wordt niet saai; regelmatig brengen ze contrasterend materiaal in om het muzikale proces te verversen. En dat biedt weer de mogelijkheid om dat wat ze eerder gespeeld hebben te herhalen, wat structuur geeft aan de improvisatie. Dat hoor je niet vaak! Is dit misschien een nieuwe vorm van ‘instant componeren’? Het aanvankelijke muzikale motief bepaalt het karakter van het stuk, waardoor geen enkel stuk op een ander lijkt. Elke improvisatie heeft een eigen identiteit, klank en karakter.
Het ritmische concept van het trio is nogal bijzonder: zijzelf noemen het “stuiterende swing” en “dribbel-swing”, een merkwaardige mix van jazz-swing en vrij pulserende muzikale beweging. Zoiets als drie paarden in een paardenspan die niet gedrild zijn om op militaristische wijze precies gelijk te lopen, maar meer het-bij-elkaar-blijven met ieder voor zich op een eigen drafje. Drie aparte, individuele, maar aan elkaar gerelateerde, ritmische “lijnen”.
Een ander opvallend kenmerk van de muziek van het trio is hun melodische en harmonische alertheid. Al improviserend weten zij op miraculeuze wijze dezelfde toonhoogten te treffen. Dat hoor je ook niet vaak in vrij geïmproviseerde muziek.
Dit alles maakt de CD een zeer gevarieerd en kleurrijk geheel.

De composities, de thema’s zijn uiteraard grotendeels genoteerd en gearrangeerd. De ene lijkt op bebop en souljazz (in het geval van de twee stukken van de in 2003 overleden saxofonist en componist Paul Termnos), of post-bop, post-free-jazz en soms zelfs als hedendaags gecomponeerde muziek. Invloeden van Thelonious Monk, Cecil Taylor, Olivier Messiaen, Oscar Pettiford, Charles Mingus, David Izenzon, Paul Motian and Han Bennink zijn traceerbaar.
“Solid” begint als een post-bop-blues-vrije-puls-en-dribbel-swing compositie, maar wordt plotsklaps onderbroken door een staccato improvisatie die daarna in losgeslagen Monk piano variaties belandt. Het bevat een grappige “Sailt Peanuts” referentie.
“Improvisation 538” begint met gestreken bas met tonale associaties, waarop de piano soortgelijke boventoongeluiden produceert door in de vleugel aan de snaren te plukken en de drums de vellen en bekkens met brushes beroert.
Paul Termos’ stuk “Kop op” is een metselwerkje van bebop frasen, die in een drumsolo uitmondt. Deze wordt ‘aangevallen’ met brokkelige interventies van bas en Cecil Taylor-achtig pianospel. Niet meteen een logische aanpak en wellicht van te voren bedacht (vandaar dat dit stuk mij het minst bekoort), maar de terugkeer naar het thema is na de keiharde free-jazz dan wel weer een verrassend verlichtend moment.
“Idols” bevat piano-akkoorden die ik niet kan ontcijferen (maar ja, ik ben slechts een amateur pianist), die ver weg staan van zowel clichématige II-V-I jazzprogressies als gratuite free-jazz clusters. Het lijkt een harmonisch idioom op zichzelf. Het ritmische unisono dat Hadow in het thema op drums speelt is magistraal en verbindt het geschrevene met de spontane improvisatie die later in het stuk plaatsvindt. Ik hou van zo’n aanpak! 
“Not yet” van Van der Weide is een vredig rustpunt op de CD. Het thema is een continue variatie van vier noten, maar heeft niets te doen met zogenaamde ‘minimal music’. Het is meer een radarwerk dat leidt tot ruimtelijke improvisaties die de tijd lijken op te rekken. Met prachtig boventonenspel van bas en bekkens en Messiaen-achtige harmonieën op piano.
In “Ingredients 539” pakken de trioleden het mainstream jazz idioom bij de kladden, maar spelen daar ongedwongen als vrolijke kleuters mee. De opzettelijk veel te lange bassolo-lijn van Raoul van der Weide is hilarisch! Het is een belachelijke, uit de voegen gebarsten jazzpastiche, maar wel smaakvol.
“Stumble” is een muzikale hartekreet, bluesy free-jazz, met opeens een herinnering aan het pianospel van de Zuid-Afrikaanse pianist Abdullah Ibrahim. Uitzonderingen daargelaten, de Nederlandse impro-scene staat niet zo bekend om dit soort ‘direct uit het hart’ spel.
“Sigh”, een ballad met Ellingtoneske akkoorden en warmte, sluit de CD af. Voor de liefhebber is er een compositorisch aardigheidje te horen: de melodie is geheel chromatisch, met aan het einde van elke frase een “gigantische” melodische sprong van wel een hele kleine terts! 

Door zorgvuldig en herhaald te luisteren worden meer intelligente muzikale grapjes, die op de hele CD voorkomen, onthult. Ze zijn meer verborgen dan expliciet. De wellicht typische Nederlandse ironie binnen de geïmproviseerde muziek staat hier minder op de voorgrond. Ik zou zelfs durven zeggen dat de ironie naar een ander, abstracter niveau getild wordt. Maar dit kan alleen ontdekt worden door aandachtig deze CD meerdere malen te beluisteren.

Al met al een goede tijds- en geldbesteding! Voor slechts €10,- heb je uren muzikaal genot. Het Blue Lines Trio voegt een nieuwe tak toe aan de stamboom van de jazz en geïmproviseerde muziek!"
(Weblog Jazz Music Reviews - Chris Naat)


"Bassist Raoul van der Weide heeft een goed oor voor het opzoeken van eigenzinnige pianisten. De bekendste uit het rijtje is natuurlijk Guus Janssen, maar naast Frank van Bommel (As If Trio) rijgt hij nu ook Michiel Scheen aan zijn ketting. En net als Van Bommel is Scheen zo’n muzikant die op onverklaarbare wijze nooit een heel grote naam heeft gekregen. Af en toe duikt hij op met een nieuwe groep, maar verder dan de status van ‘musician’s musician’ lijkt hij niet te komen. Dat is op zich mooi, maar de kachel kan er niet van roken. 
‘Blue Lines Trio’, het debuutalbum van het Blue Lines Trio (met de jonge Engelse drummer George Hadow als subtiele nummer drie) zal bij het grote publiek opnieuw geen deuk achterlaten. Desalniettemin staat de cd vol met fijnproeversmuziek. Naast een aantal composities van Scheen en één van Van der Weide bevat de plaat vijf improvisaties (die slechts een nummer hebben meegekregen) en twee stukken van Paul Termos. Scheen en Van der Weide zijn beiden pleitbezorgers van het compositorisch oeuvre van de in 2003 overleden saxofonist en componist. Terecht, zo blijkt uit het Misha Mengelberg-achtige ‘Kop op’ en de smeuïge souljazz-pastiche ‘Dark Goeree’. De stukken passen het trio als een handschoen en sluiten naadloos aan op de composities van Scheen, die met het Leo Cuypers-achtige ‘Solid’ en de prachtige ballad ‘Sigh’ overtuigende proeven van bekwaamheid aflevert. Ik gun het Blue Lines Trio de doorbraak hiermee zeker."
(Webmagazine Jazzflits - Herman te Loo)


"Onverwachte afslagen, dribbelswing & ontregelende jazz
Het Blue Lines Trio werd in 2012 gevormd door pianist Michiel Scheen. Het brengt drie generaties van improvisatoren bijeen. Met veel overtuiging stort de groep zich in situaties waarbij er niet persé richting en houvast zijn: muzikaal op avontuur dus. Ergens beginnen en niet weten waar je uitkomt. Het trio is erg aan elkaar gewaagd. Alle drie kunnen ze de muzikale vrijheid aan; ze blijven ook in de vrije improvisaties heel goed naar elkaar luisteren en samen-spelen.
De muziek op deze debuut-cd is een selectie uit het ruime repertoire van het trio, dat vol zit met muzikale wendingen, onverwachte afslagen, ontregelende muziek, dribbelswing en vrije klankexploraties.
Dat Michiel Scheen schatplichtig is aan de hoekige swing en van Thelonious Monk en de ontregelende jazz van Misha Mengelberg is goed te horen in een aantal stukken, bijvoorbeeld in Solid. Daarnaast staan er ook geheel vrije improvisaties op de CD.
In de jaren 1986 tot 1999 werkte Michiel Scheen samen met vele music in de vrijere improvisatiemuziek. Hij speelde o.a. met Ab Baars, Han Bennink, Jaap Blonk, Anthony Braxton, Tobias Delius, Cor Fuhler, Gerry Hemingway, Wiek Hijmans, Guus Janssen, George Lewis, Misha Mengelberg, Roscoe Mitchell, Butch Morris. Na een retraite van een aantal jaren formeerde Scheen in 2004 een kwartet met Ab Baars, Han Bennink en Ernst Glerum. Op het ogenblik speelt hij regelmatig in duo-formatie met saxofonist en klarinettist Tobias Delius en met het Jan Nijdam Kwartet."
(Weblog Vera Vingerhoeds)


Over het Michiel Scheen Quartet:

Village Voice
"Eervolle vermelding:
Vreemde kronkels en scherpe hoeken, post-Monk, post-Mengelberg, zelfs."
www.villagevoice.com, 27 juni 2005

Cadence
"Jazz might be dying (in a protected death scene), but New Dutch Swing is alive and well, at least if this recent disc on Data is any indication ... Oddly swinging patterns lie at the crux of most of Scheen's compositions. Most are born out of stunted thematic seeds that bloom under the improvisatory irrigation of his esteemed cohorts ... Much of the madcap humor expectedly endemic to Dutch improv might be missing here, but the precision playing and emotional vibrancy that are also hallmarks of the idiom present themselves in abundance. Scheen draws on the tradition's strenghts while tempering his music with a degree of sincerity that is quite refreshing. Hearing Bennink do the same - and in doing so shrug another layer of his formulaic persona - is also a treat ..."
november 2004

NRC Handelsblad
"De titel van Michiel Scheens nieuweling klinkt als een decente, haast nuffige uitnodiging voor een avondje stijldansen voor stijve harken en muurbloempjes. Het album 'Dance, my dear?' is echter allesbehalve dat. Pianist Scheen, die vorig jaar na een professionele time-out terugkeerde met het sterke en al even ironisch getitelde 'Goodbye!', noemt de gespeelde muziek zelf "polyfone, multi-subjectieve swing". Het is intelligente improvisatie, die je soms om de oren slaat en je het volgende moment weer onderdompelt in prachtige borduursels op de vierkante millimeter. De cd is doordrenkt van de geest van Thelonious Monk, Scheens held en voorbeeld. Maar Scheen beperkt zich niet tot een imitatie van hoekige blokakkoorden en struikelmelodietjes. Hij heeft een geheel eigen arsenaal aan geluiden: van drammerig gehamer op de lage tonen tot bizarre intervallen in het hoog. Dat hij voor 'Dance, my dear?' wordt omringd door het neusje van de jazz-zalm (Ab Baars, Ernst Glerum en Han Bennink) doet hem nog verder boven zichzelf uitstijgen."
(Edo Dijksterhuis 28-8-2004)

Jazz Weekly
"... Ballads aren't really part of Scheen's game plan, or that of DANCE, MY DEAR which offers up supersonic power almost from its first notes...
... Scheen can improvise at warp speed if he's so inclined, but his chief joy is knitting together freely phrased pulses into a distinctive movement that melds earlier jazz harmonies and rhythms with a 21st Century conception...
... the key to the session come in the title tune and the two that bookend it. Reminiscent of the sort of slurred, boozy ballad as you could have heard at Minton's in 1943 when Thelonious Monk was woodshedding his distinctive style, "Idols" - a implicative title - finds the pianist adopting the key clips and pressured touch of Monk and another 100% original Herbie Nichols...
... Scheen prefers a herky-jerky beat fill with broken chords ...
... "Dance, my dear?" whose title in this context sounds not so much as an invitation as a challenge...
(JazzWeekly)

WIRE
(On the CD "Dance, my Dear?, by Michiel Scheen Quartet)
"Pianist and composer Michiel Scheen, born 1963 in Amsterdam, has worked with Anthony Braxton, Guus Janssen, George Lewis and Roscoe Mitchell. That's he's still little-known is at odds with the quality of this disc from the small Dutch label, in which his highly original compositions are interpreted by a quartet with Ab Baars on tenor-sax and clarinet, Ernst Glerum on bass and Han Bennink on drums. The stuttering fanfare "Similarities" signals an original voice, but is no preparation for the extraordinary "God In Heaven (Stay!)" a kind of meditation on the repeated single-note like Thelonious Monk's "Thelonious", its fierce drive offering a European take on free jazz's pulse/no metre concept. In fact the parallels with Monk's role as composer for band are significant though a fine improvising pianist, Scheen dominates through his compositions, which the other players serve admirably. "This Time", an interrupted ballad, exploits silence in a way unfamiliar in jazz; "Idols" features Baars's cavernous tenor. In concept, almost everything on this totally outstanding release seems new."


Jazz
Ken Vos, juni 2004
****1/2
"Met Dance, My Dear? introduceert pianist Michiel Scheen zijn nieuwe kwartet waarin zijn overzichtelijk gestructureerde, soms wat droge composities aan intense improvisaties worden onderworpen. Zelfs de langzame stukken zijn ritmisch zeer beweeglijk, maar harmonisch gezien houden Ab Baars (tenorsax en klarinet) en Ernst Glerum (contrabas) het met Scheen tamelijk rustig. Han Bennink daarentegen speelt qua tempowisselingen en klankvariaties voortdurend op het scherp van de snede. Door die combinatie wordt de spanning gedurende het hele album mooi op- en afgebouwd, ook al is Scheen als pianist meer een bedachtzame constructeur dan een bevlogen klavierleeuw. De invloed van Monk klinkt in vrijwel alle stukken door, maar Scheen geeft daar een geheel eigen draai aan, onder meer door in het titelstuk lekker met grote intervallen te spelen. Elk van de negen stukken is een avontuur op zich."

Dagblad van het Noorden
Illand Pietersma, 26 maart 2004
Michiel Scheen Quartet / Dance, My Dear?
"In 2000 hing pianist Michiel Scheen (1963) zijn klavier aan de wilgen. Niet omdat hij het slecht deed in de avant-garde scène. Integendeel. Maar omdat hij als voorzitter van de BIM (Beroepsvereniging Improviserende Musici) een 'rottijd' beleefde in het afkalvende Nederlandse jazzklimaat.
Totdat hij in december de kans kreeg om met saxofonist Ab Baars, drummer Han Bennink en bassist Ernst Glerum een cd op te nemen. Een topteam in de vrije jazz. Scheen liet zijn academische benadering van voorheen wat los en keerde terug naar zijn grote voorbeeld Thelonious Monk. Zijn spel met stevige blokakkoorden doet soms denken aan dat van D.D. Jackson, zijn composities aan die van Michiel Braam: doordacht, iets conceptueler en tegelijk vol vrijheden. Spontaan gooi- en smijtwerk wordt afgewisseld met open structuren en intense rustmomenten. Een sterke comeback."


De Volkskrant
Donderdag 11 Maart 2004
Koen Schouten

Nederlands elftal in je achtertuin.
"Gebrek aan succes had hij niet, maar het plezier verdween en Michiel Scheen sloot de klep van zijn piano. Nu is hij terug, met een nieuwe band.
'Nee Michiel, dat doe je niet', had de drummer Han Bennink gezegd. Maar Michiel Scheen deed het toch. Drie jaar geleden gaf hij zijn goedlopende carrière als pianist eraan en ging hij in een boekhandel werken. 'Ik heb het eerste jaar nauwelijks een piano aangeraakt. Wel veel gelezen.'
Het Paul Termos Tentet, het Maarten Altena Ensemble, Structures, Dubbel Express, Kenvermogen: Scheen speelde in vooraanstaande avant-garde groepen. 'Het ging hartstikke goed. Internationale tournees; fantastisch.' Zijn solo-cd's en die van zijn trio Triklinion kregen lovende kritieken in het buitenland.
En de pianist was actief betrokken bij de inrichting van het Nederlandse jazzklimaat. Als voorzitter van de BIM (Beroepsvereniging van Improviserende Musici) behartigde hij de belangen van een groot deel van de Nederlandse jazzmuzikanten. Scheen: 'Het was een rottijd.' Tijdens zijn BIM-voorzitterschap kreeg de jazzsector een hevige klap toegediend. Er werd bezuinigd in Den Haag en nieuw beleid doorgevoerd. De helft van de jazzpodia verdween. De Stichting Jazz in Nederland had zijn boekhouding verwaarloosd, wat uitliep in een laaiende publieke ruzie met de BIM. 'Ik raakte totaal burnt out,' aldus Scheen. 'Als ik ergens speelde wist ik precies in wat voor slechte situatie zo'n podium verkeerde. Dat wil je helemaal niet weten. Als je ergens een fatsoenlijk honorarium probeert te bedingen en tegelijkertijd weet dat de organisatie dat eigenlijk niet kan betalen, dat zit je in een rare positie.' Toen daar ook nog een echtscheiding overheen kwam had Scheen het gehad. 'Ik had geen baan, geen huis en geen vrouw meer.'
De pianist kan er nu wel om lachen. Hij schenkt koffie in zijn flat in de Amsterdamse wijk Zeeburg. Hij heeft het prima naar zijn zin bij de boekhandel. Vanaf de muur kijkt zijn portret je aan, geschilderd door zijn vriendin. Michiel Scheen is veertig, maar je zou hem zo tien jaar jonger schatten. Hoe het voelde om na een leven lang muziek maken opeens te stoppen? 'Ik voelde in het begin vrij weinig. Later was die afstand wel prettig, eigenlijk.' 'Als muzikant beweeg je je toch in een beperkt gebied van de maatschappij. Toen ik in de boekhandel ging werken kwam ik voor het eerst sinds de middelbare school weer in contact met uiteenlopende soorten mensen. Heel verfrissend. De gebeurtenissen in de wereld, het tijdperk Fortuyn, alles kwam in volle omvang op me af.' Het inspireerde Scheen uiteindelijk tot het nummer God in heaven (stay!), te horen op zijn nieuwe cd Dance, My Dear? In Nederland heerst zo'n agressieve sfeer dat god maar beter in de hemel kan blijven om daar tenminste een symbolische functie voor de mensen te vervullen. 'Niet dat ik in god geloof, hoor.'
Dat Scheen langzaam weer aan spelen begon te denken is mede te danken aan zijn maatje Tobias Delius, de tenorsaxofonist die dit jaar de Boy Edgar Prijs uitgereikt kreeg. 'Hij vroeg me voor een paar optredens in zijn kwartet in te vallen. Ik kon geen nee zeggen. Het was een rijdende trein waar ik alleen maar in hoefde te stappen. Ik heb daar ontzettend veel plezier aan beleefd.' Een half jaar lang heeft Scheen in alle rust nagedacht over de bezetting van zijn nieuwe band. Tot hij het in een flits voor zich zag: saxofonist Ab Baars, bassist Ernst Glerum en drummer Han Bennink. 'Ik dacht meteen: Jezus, dat is het Nederlands elftal vragen of ze in je achtertuin willen komen voetballen.' Vorig jaar ontvingen diverse jazzpodia een cd van het nieuwe Michiel Scheen Quartet. Alleen speelden de muzikanten er nog niet op mee - de muziek kwam volledig uit de computer. Zijn zulke cd's doorgaans een gruwel, die van Scheen werd een instant hit onder ingewijden. Hij had het onmogelijke voor elkaar gekregen: de saxofoon klonk precies als Ab Baars en de drums waren van een even chaotische precisie als Han Bennink. Scheen haalt er bescheiden zijn schouders over op. 'Ik ken de musici gewoon erg goed. Het is een bijzonder inspirerende combinatie. Zodra ik besloten had met hen te gaan spelen kreeg ik allemaal ideeën voor stukken. Ik rende bij wijze van spreken naar de piano.'
Scheen kan dan ook niet wachten tot vanavond, als de band in het Bimhuis de - wél echt ingespeelde - cd Dance, My Dear? ten doop houdt. Het plezier spat van de plaat, die door het kwartet in vier uur tijd op de band werd geslingerd. De pianist klinkt een stuk speelser en toegankelijker dan vóór zijn retraite. Hij is meer dan ooit teruggekeerd naar zijn grote voorbeeld: Thelonious Monk. 'Laat die akkoorden maar dreunen. En nog een keer. Tot het uiterste door blijven heien. En dan zo'n geweldige ritmesectie erachter. Helemaal fantastisch.' 'Ik heb naar wat oude dingen van mezelf geluisterd en dacht: man, wat ben jij eigenlijk abstract en serieus bezig geweest. Toen moest ik dat blijkbaar. Ik wilde nieuwe improvisatiemanieren ontdekken. Daar was ook iedereen in mijn omgeving mee bezig: het toepassen van structuren uit de gecomponeerde muziek in improvisaties. Ik was er vrij rigide in. Dat ging nog wel eens ten koste van de luisterbaarheid. Ja. Sorry.' De pianist realiseert zich dat nu niemand meer op zijn strenge aanpak zit te wachten. 'En ik ook niet, trouwens. Scheen, het mag best wel wat prettiger.' De meer romantische inslag van Michiel Scheen is ook terug te lezen op de hoesjes van zijn cd's. Hadden zijn stukken voorheen titels als Norg en Siluur, op zijn vorig jaar in eigen beheer uitgebrachte solo-cd Goodbye! staan nummers als On that lonesome road again, A whole in my heart en (Got myself) Together again. 'Dat is ook echt wel een scheidings-cd. Therapeutisch, ja. Ik durf nu meer naar buiten te laten komen wat ik voel. Pech als het niet begrepen wordt of voor sentimenteel wordt uitgemaakt. Ik ben relativerender geworden. Het is ook maar een titel. Het is ook maar gewoon muziek.' Vrouwen blijken de titels overigens een vooruitgang te vinden. 'Niet dat ik daar nou op uit ben. Muziek is al zo'n mannenwereldje. Als je dan ook nog al je stukken 'knarf' gaat noemen wordt het helemaal zo'n jongensclubje.' "

Alternate Take #60
8 maart 2004
"Alternate Take is een wekelijks verschijnend e-zine over jazz en geïmproviseerde muziek van De Nederlandse Jazzdienst onder redactie van Remco Takken.
- Michiel Scheen in de tussentijd -
Komende week vindt er een opmerkelijke comeback plaats in de Nederlandse jazz. In de jaren tachtig en negentig was pianist Michiel Scheen een veelgevraagd muzikant, onder andere in het Maarten Altena Octet en in de groep van Jacq Palinckx. Zijn soloplaten verraadden een evengrote affiniteit met modernklassieke vormen, als met traditionele jazz en geïmproviseerde muziek. En rond 1997 verdween de naam Michiel Scheen uit de concertaankondigingen.
Het is nu 2004, en hij is terug. Het splinternieuwe Michiel Scheen Quartet nam een cd op: Dance, my dear? en er is ook een cd-presentatietourneetje. De groep bestaat uit: Ab Baars - tenorsaxofoon, klarinet, Michiel Scheen - piano, Ernst Glerum - contrabas en Han Bennink - drums.
- In de tussentijd -
Ik heb mij tijdelijk teruggetrokken uit de muziek, omdat er veel dingen tegelijkertijd gebeurden. Na 8 jaar fijne samenwerking met Maarten Altena was voor mij in 1997 de koek op; de artistieke richting van Maarten kon ik niet meer volgen. En eerlijk gezegd was ik het spoor zelf ook een beetje bijster: mijn eigen initiatieven leden aan een gebrek aan continuïteit, onder andere door artisitieke twijfel bij mezelf. Ook de situatie in de sector stemde mij niet vrolijk: naast het heruitvinden van mezelf was ik voorzitter van de Beroepsvereniging van Improviserende Musici (BIM), die net allerlei conflicten met de SJIN en OC&W aan het uitvechten was. Ondanks mijn grote inspanningen op vrijwillige basis was ik moegestreden tegen de verlammende bureaucratie en baantjesbehouderij. Goedbetaalde ambtenaren vergaderden eindeloos: zo krijgen zij hun brood op de plank. De jazzmusici hadden het nakijken: geen concerten = geen brood op de plank.
- Muziekpolitiek -
In deze tijd zijn er weinig mensen te mobiliseren voor cultuur of kunst, behalve in sociaal-etnisch-politieke zin: het integratiebeleid van het kabinet. Maar wat betreft de kunstsector: vooral het eindeloos vergaderen van broodvergaderaars en het hierbij niets tot stand brengen kan bij mij nog wel eens het bloed sneller doen stromen. De werkgelegenheid van de ambtenaren is niet geschaad, die van jazzmusici sinds een paar jaar enorm.
- Teleurgesteld -
Ik was onder andere zwaar teleurgesteld over het verdwijnen van op zichzelf goede subsidietechnieken (SJIN Podiumplan) en jazzbeleid met visie en durf. Hoe sommige musici de BIMbestuurders medeverantwoordelijk stelden voor deze achteruitgang, beviel mij erg slecht - maar daar konden ze weinig aan doen, ze waren tenslotte niet zo ingewijd als ik op dat moment. Ik heb er een paar jaar gedaan om dit allemaal op een rijtje te krijgen. Aan de andere kant zijn er ook weer inspirerende ervaringen, na lang niet aan muziek gedacht te hebben kwam er opeens de muziek voor de cd Goodbye uit. De jaren buiten de muziek hebben mij afstand en rijping geschonken.
- De gang naar het huidige kwartet -
In de tussentijd heb ik een aantal projecten gedaan met Frank van Berkel (filmmuziekvoorstellingen) en een tourneetje ingevallen bij het Tobias Delius 4tet. Dit was geweldig, en gaf mij veel inspiratie en vertrouwen voor wat voor muzikale toekomst dan ook. Na die teruggetrokken periode kon ik beter en met afstand mijn eigen ontwikkeling beoordelen en keerde ik als het ware heel natuurlijk terug naar mijn vroegste inspiratiebronnen: de jazz, Thelonious Monk, spannende en verrassende improvisaties...
- Samensmelting van avonturen -
Ik heb lang nagedacht over de bezetting voor een nieuwe groep. Toen ik voor het eerst aan de huidige combinatie dacht, met Ernst, Ab en Han was dat onmiddelijk enorm inspirerend; de ideëen waren niet te stuiten. Iedere dag wel drie nieuwe thema's... De reactie van de heren was ook onmiddelijk positief toen ik ze vroeg. Dus vanaf die tijd zit ik weer helemaal in een 'adrenaline drive'. Het materiaal dat ik nu voor het MSQ heb gemaakt is echt een samensmelting van al mijn vroegere muzikale avonturen. Van Maarten Altena tot John Zorn, Maarten Padding, Misha Mengelberg, Louis Andriessen, Paul Termos, Peter van Bergen, Jacq Palinckx, noem maar op.
- Thelonious Monk -
Die akkoorden! Dat touché! Die eigenzinnigheid! En het geheel zijn eigen weg gaan, het niet hoeven te behagen, het distantiëren van de amusementssector waarin zwarten toen sterk werden geperst. De schoonheid van de dissonantie in leven en werk ... Op mijn website schrijf ik: "Een onontkoombare, steeds terugkerende inspiratie is het krachtige en bezeten werk van Thelonious Monk. Vooral op harmonisch gebied ben ik duidelijk door hem beïnvloed. Maar er schuilen denk ik nog veel meer mogelijkheden in zijn hoekige, dreunende en vlijmscherp blinkende lyriek. Voor mij is hij een woeste beeldhouwer met klank, een geniaal muzikaal architect met een melancholieke, vrolijke, absurde en hoopvolle visie. Met Monk is de wereld een beetje beter... ".
- Het Michiel Scheen Quartet: een taartpunt van het ICP Orkest? -
Dat is min of meer toeval. Hoewel ik het ICP zeer bewonder, heb ik voor dit kwartet vantevoren met allerlei combinaties van musici geschoven. Uiteindelijk verzon ik Ab, Ernst en Han bij elkaar, en toen kwamen uit het niets duizenden muzikale ideeen. Ik wist dat dit de combinatie was die ik 'nodig had'. Het is voor mij fantastisch dat ze ook hebben toegezegd (ik was al jaren 'fan' van alle drie) en dat ze na de cd-opnames zo enthousiast zijn. Hartverwarmend, nu ik weer mijn muzikale carrière oppak! Op mijn website staat: "En ik prijs mij zeer gelukkig met musici die nog immer zo'n enorme creatieve bijdrage aan de hedendaagse geïmproviseerde muziek leveren; mede door hen blijft de muziek zich op structureel en associatief gebied ontwikkelen."

Weblog "Draai om je oren"
23-3-2004
Door Cees van de Ven.
Scheen zet zijn comeback kracht bij met dreamteam.
"Met 'God In Heaven (Stay!)' opende het Michiel Scheen Quartet het goed bezochte Jazzpower-concert in het Eindhovense café Wilhelmina op 15 maart jl. Michiel presenteerde hier zijn dreamteam: Ab Baars op tenorsax en clarinet, Ernst Glerum op contrabas en Han Bennink op snaredrum en klein materieel. Michiel leverde de composities, het framewerk waarbinnen het kwartet de uiteindelijke vormgeving invulde. "Toen ik deze formatie in het hoofd had, kwamen de nieuwe stukken als vanzelf bij me naar boven," aldus Scheen. Avontuurlijk repertoire, op het lijf geschreven voor deze musici.
Scheen boeide met verrassend spel in 'Silicon Society', evenals Baars met zijn bekend weerbarstig en hoekig spel. Daarna volgde 'Participant', een stuk dat ontbreekt op de onlangs verschenen cd 'Dance, My Dear?' en mij niet kon bekoren. Dit in tegenstelling tot 'Summerwindow', een vrolijke compositie in het idioom van Mengelberg. De eerste set werd besloten met het miniatuur 'This Time It Will Last Forever'. Een sterke melodielijn, waarbij dramatische spanning ontstond door nagenoeg een volle minuut het wegstervende sustain van een pianoakkoord te laten 'begaan'. Hier werd de zeggingskracht van stilte hoorbaar!
In 'Subsequently' een onontkoombare Benninksolo en organisch subsequently een bassolo van Ernst. Een heerlijke bassist die ogenschijnlijk nooit hoeft te zoeken naar de juiste noot of pitch. Een bassist in dienst van het collectief. 'Your Way' bleek een compositie die veel te raden laat, met een open einde, zodat iedereen in verbeelding dit naar eigen inzicht kon invullen en afronden. Michiel soleerde boeiend en behendig op de solide basis van bas en swingend brusheswerk. In 'Miss Young 1975' bewees Benninks solo dat er in een enkele snaredrum genoeg verhaal kan zitten.
Michiel deed sterk van zich spreken in het verstilde 'Patience', met summiere en adequate klankonderlijningen van Ernst en Han, en Baars' klarinet met die fraaie toon zonder vibrato, waar zoveel 'hout' in zit. In het laatste stuk 'Idols' hoorden we verschillende muzikale karikaturen en persiflages van valszingende en stuntelende kandidaten, maar konden we ook genieten van het prachtige basgeluid van Glerum en de eigengereidheid van Baars. Helaas was deze avond veel van het fraaie pianospel onhoorbaar vanwege het te dominante drumwerk van Bennink.
Het Michiel Scheen Quartet is een formatie die gaandeweg de tour mogelijk nog zal groeien in homogeniteit, alhoewel dat met zoveel muzikaal individualisme maar ten dele het geval zal zijn. De nieuwe cd is een fraaie productie van Dick Lucas en Michiel Scheen. Het album wordt terecht goed ontvangen. De onderlinge balans is uitstekend en alle instrumenten zijn mooi in beeld gebracht. Hier ligt een taak voor Scheen om dit bij live-optredens ook te realiseren. In tegenstelling tot het concert speelt Han Bennink hier op een complete drumkit, wat de cd zeer ten goede komt. Laten we hopen dat hij een volgende keer zijn drumstel weer eens meeneemt naar Wilhelmina!"


Over zijn ensembles:

"Michiel Scheen verlegt grenzen van de improvisatie." (Trouw)

"Een musicus met originele ideeën, die Scheen, en daar kunnen we nooit teveel van hebben." (Leidse Courant)

".. de groep Filiaal dat opende met 'Buts', een prachtige compositie van leider/pianist Michiel Scheen." (NRC)

"..the pieces of TRIKLINION blend darting spontaneity; the raw energy of electric, ampified instruments; and a refined structural sense. The music veers from brash abandon to meticulously constructed interplay balanced with a keen sense of humor... Scheen has superb technique and an astute ear for collective group interaction." (Cadence)


Over zijn solo-werk:

"De negen eigen composities laveren tussen Monkiaanse krachttoeren en puntige lyriek, maar de balans is perfect. Scheen is een meester in het scheppen van ruimte; hij weet niet alleen wanneer welke noot te spelen, maar weet ook wanneer die noot los te laten of misschien zelfs over te slaan." (NRC)

"De verhouding tussen compositie en improvisatie en de afwisseling in de gekozen compositie-modellen is goed in balans. Scheen laat niets aan het toeval over. Hoe grillig zijn gedachten- en notensprongen ook zijn, ze worden altijd gekenmerkt door een grote logica en helderheid.
Scheen is een veelzijdig muzikant met een sterke identiteit". (Jazz NU)

"Most of the pieces are witty little musical puzzles but the erudition is not overbearing." (The Wire)

"Bij Scheen nemen ironie en een vervreemdende afstandelijkheid onderhuids opborrelende dimensies aan. Opvallend is zijn veelzijdigheid." (Trouw)

"Klankrijk, fris, grote pianistische prestaties." (Jazz Freak)

"In plaats van sfeertekeningen te schetsen, koppelt Scheen zijn associaties aan herkenbare, afgebakende muzikale gegevens die hij op virtuoze manier uitspeelt." (de Volkskrant)

"Scheens (h)eerlijk eigenzinnige interpretaties zijn vanavond te beluisteren in Is Dit Nog Wel Jazz? ... Om Scheens interpretaties van Monk-klassiekers te kunnen waarderen, moet de luisteraar eerst de oorspronkelijke versies loslaten. Maar dan valt er ook veel te genieten. En te lachen! ... Zijn interpretaties klinken verrassend eigentijds: wellicht zoals Monk ze tegenwoordig had kunnen spelen - voor een publiek dat zich niet wenst te beperken tot jazz of pop." (VPRO-gids)

"99% van wat aan Nederlandse produkten op de markt komt kan niet tippen aan de klasse van deze cd die in eigen beheer werd uitgebracht ... Pas wanneer je eens echt goed gaat luisteren hoor je hoe grappig en knap alles in elkaar zit ... een vreemdsoortige melancholieke opgewektheid die hiphop op een heel ander manier kan hebben als een boze blijheid." (Rebound)


Over het Duo Tobias Delius/Michiel Scheen

"Deze eigenzinnige pianist is een vat vol ideeën. Zo kan hij je zomaar verrassen met een kort solostukje in de hoogste regionen van het toetsenbord. Zijn spel is gedegen en geworteld in een solide basis. Hij speelt met veel dynamiek en een uiterst verzorgde techniek. Tayloriaans vuurwerk wisselt hij net zo gemakkelijk af met spaarzame pianoschetsen à la Ellington (...)
We hebben in ons land zoveel uitstekende en unieke jazzpersoonlijkheden die de moeite waard zijn gehoord te worden. Tobias Delius en Michiel Scheen zijn twee namen die daar zeker toe behoren." (Weblog: www.draaiomjeoren.com)


Over zijn werk in andere ensembles:

"Michiel Scheen boeide daarentegen met 'Andermaal'. Het in opzet ongekunstelde werk bevatte aangrijpende melodieflarden in een vreemd rondcirkelend landschap. Scheen speelde hierin bovendien een prikkelende pianosolo." (Trouw)

"De delen hebben een sterk zintuiglijke werking. Alsof je tijdens de bereiding van een gerecht alle ingrediënten kunt proeven, afzonderlijk en in alle mogelijke combinaties." (Trouw)

"...Daarna lijkt een ieder te verdwalen tot nieuwkomer Michiel Scheen met helder betoog op alleen de rechterkant van het klavier de zaak tot een goed einde brengt." (NRC)

"...de krankzinnige geïmproviseerde pianopartij van Michiel Scheen..." (Haarlems Dagblad)


Over muzikale ad-hoc ontmoetingen:

"Voor echte spanning zorgde het duo Michiel Scheen en Gerry Hemmingway (slagwerk). De musici lieten de muziek ademen en gaven elkaar alle ruimte." (Parool)


Geen opmerkingen: